Jezus in 2000. Woont in Tegelen. Werkt als decorateur:

 

„De beoogde Jezus voor 2000 had zijn rol teruggegeven, omdat hij zich niet kon verenigen met de vernieuwende tekst van Marieke van Leeuwen en de regie van Ben Verbong. Ik kwam waarschijnlijk in beeld doordat ik de uiterlijke trekken had van het icoon Jezus en ook een beetje kon acteren. Niet alleen patronaatstoneel, maar ook Tsjechov en Ibsen.

 

Ik heb eerst een paar keer nee gezegd. Ik zag het helemaal niet zitten. De Passiespelen vond ik verschrikkelijk: elke vijf jaar datzelfde verhaal in diezelfde soepjurken. Ik dacht: waarom zou ik een zomer lang aan dat kruis gaan hangen?

 

'Eerst vond ik Jezus maar een watje'

 

Uiteindelijk heb ik toch toegehapt, omdat ik overtuigd raakte van de benadering van Ben Verbong. Ook het verhaal begon me meer aan te spreken. Eerst vond ik Jezus maar een watje. Net als het volk voor hem gaat, zegt hij nee. Maar ik begon ook de mooie elementen te zien. Hij weet als enige dat hij gaat sterven. Dat maakt dat je zijn angst voor de dood kunt spelen. Anderen weten nog van niets. Dat geeft een mooi soort spanning.

 

In de aanloop naar de uitvoeringen wordt alles enorm opgeblazen. Je wordt omhoog geschreven en gefotografeerd. Zie je jezelf als amateurspeler opeens terug op een billboard van twee bij vijf meter. Tegelijkertijd kan er, terwijl je in je lendendoekje staat te spelen, ook een klootzaak van een recensent tussen het publiek zitten die je de grond inboort, omdat hij nog een appeltje heeft te schillen met de regisseur. Daartegen moet je je wapenen. Vooral door het niet zo belangrijk te maken als het op dat moment allemaal lijkt.

 

Black-out

 

Bij de uitvoeringen van andere stukken heb ik normaal altijd wel een keer een black-out. Dan komt er, bijvoorbeeld dankzij je tegenspelers, vanzelf weer een moment dat het kwartje valt. Bij de Passiespelen is het alle 24 keer feilloos gegaan. Ik beheerste die tekst ook tot in de puntjes, kon hem in de auto opdreunen, terwijl ik eigenlijk aan andere zaken zat te denken.

 

Als je voor de kruisiging met tachtig kilo hout aan het sjouwen bent en ook nog drie keer valt, hoor je de oohs en aahs van het publiek. Maar niemand helpt je. Je voelt de eenzaamheid en soms ook je eigen momenten van pijn in het verleden.

 

Op een zeker moment besef je dat het publiek je wil zien lijden. Het heeft iets van stierenvechten: mensen willen bloed zien, ze willen dat je kapot gaat voor hun ogen. Dan denk je: ik zal het ze goddomme geven ook.

 

Toch was het echt niet zo dat ik steeds intens met dat lijden bezig was. Op het moment dat ik aan dat kruis hing, was het muisstil in het theater. Na een voorstelling had ik een afspraak met twee verslaggevers van de EO. Zij wilden weten wat er op die momenten door mij heen ging. Ik zei: ik zou weleens willen wat VVV gemaakt heeft? Nou, dat kon niet in hun ogen.”

 

Uit de Limburger (2000):

 

Cor van Leipsig (2000)

 

IK zei onmiddellijk NEE! Mijn vrouw Marjan en ik steken al tien jaar heel veel tijd in de amateurtheaterwerkplaats De Garage en maken zelf voorstellingen. De zomer hebben we hard nodig om onze accu weer op te laden. Dus toen ik het eerste telefoontje kreeg of ik Christus wilde spelen, zei ik spontaan en hartgrondig nee. Ik moest er niet aan denken om uitgerekend die vier zomermaanden elk weekend in Tegelen aan een kruis te gaan hangen.

 

Maar een week later belden ze weer, en na een week nog eens. Ik bleef weigeren, want ik had, net als veel mensen in de amateurtheaterwereld die Ibsen en Sartre spelen, een heel negatief beeld van de Passiespelen. Oubolligheid in soepjurken, elke keer hetzelfde en zo. Uiteindelijk heb ik me laten verleiden toch maar eens met Ben Verbong te gaan praten. Een kwartier had-ie nodig. Ben vertelde me wat hij van plan was en dat alles anders zou worden. Het klonk me als muziek in de oren. Dat hij in één klap klaar kreeg waar andere regisseurs op waren stuk gelopen, denk aan Har Huys. Opeens dacht ik, fuck, het is misschien toch iets voor me.

 

Ben zag me denken en hij gaf me een stuk Christustekst. Of ik die eventjes wilde voorbereiden en dan spelen. Ik zei, weet je wat, ik repeteer net aan een ander stuk, daar zal ik een monoloog uit doen. Hij vond het goed en zo heb ik auditie gedaan voor de Christusrol in de Passiespelen met een monoloog uit De Mensenhater. Ik zag Bens oogjes twinkelen. Toen het afgelopen was gaf hij me een hand en zei: ik ben eruit, jij kunt het.

 

Zei ik: hoe kun jij nou in vijf minuten weten dat ik Christus kan spelen? Zei hij: Dat kun je ook niet, Christus spelen, maar je kunt een mens spelen en die zoek ik. We hebben er nog een week over gepraat en gedacht, Marjan en ik. Ze zei: zeg nou maar ja, anders heb je er drie jaar spijt van.

 

Maar dan...? Dat hele lijdensverhaal was een gesloten boek voor me. Iets uit het grijze verleden, veertig jaar geleden. Ik naar de bieb. Staan daar wel veertig boeken over Jezus. Je weet gewoon niet waar je moet beginnen. Lezen, lezen, lezen. Het was net alsof er heel ver in mijn achterhoofd een gesloten kamertje werd opengetrokken en er een enorme stormwind doorheen raasde. Alles wat ik op jezusgebied maar te pakken kon krijgen heb ik verslonden. Een inhaalrace voor wat ik veertig jaar heb laten liggen. Maar nog steeds zijn er momenten dat ik me afvraag waarom ik in godsnaam ja' heb gezegd. Maar ja...Jezus Christus....dat is niet zomaar wat. Je vertegenwoordigt iets wat verder gaat dan jezelf en dat is toch wel akelig moet ik zeggen. Er zijn zelfs mensen die vinden dat je elk personage kunt spelen, maar NIET Jezus. Dat vinden ze pure hoogmoed. Toon Hermans bijvoorbeeld. Ik las in een verhaal over Toon Hermans, dat hij graag eens met die Jezus van Nazareth een strandwandeling wilde maken om die man met een mop aan het lachen te maken. Gé Reijnders gaf me zijn nummer, dus ik bel Toon. Zeker een half uur aan de lijn gehangen. Zegt hij op een gegeven moment: Hoe dúrf je die rol te spelen, hoe dúrf je...? Vraagt hij: heb je al een baard...ja...heb je al lange haren...ja...lijk je al op hem....ja. Zegt hij: Dat is helemaal niet belangrijk. Je moet van binnen op hem lijken. Ik zal je een tip geven: Bidden, elke dag bidden... Als ik nog gelovig of godsdienstig zou zijn, had ik deze rol niet kunnen spelen. Juist door die afstand kan ik het wel. Er zijn mensen die zeggen: je gaat van die rol altijd een beetje langs je schoenen lopen. Flauwekul! Natuurlijk pakt het me, ik ben negenenveertig jaar en het is te gek dat ik dit nog mag en kan doen. Maar over vier maanden is het gewoon weer over.

 

Uiteindelijk....ik kan er niet goed de vinger op leggen, maar deze ervaring heeft me als mens wel degelijk rijker gemaakt. Daags voor Kerstmis afgelopen jaar ging ik vóór het werk even naar de dokter. Ik had wat last van druk op de borst. Meteen naar het ziekenhuis zei de dokter en voor ik het wist was er een hartfilmpje gemaakt en lag ik op intensive care aan de hartbewaking. Kerstavond...blieb..blieb..blieb. Ik dacht nog: je mag dan wel Christus zijn, maar evengoed lig je hier te kijken met een gigantische vaatvernauwing. Gelukkig kon het gedotterd worden