Piet Niessen (1955 en 1960)

 

IK weet nog precies waar ik zat in zaal Lücker. Het was Witte Donderdag 1953, de avond dat de rolverdeling voor de Passiespelen van 1955 zou worden bekend gemaakt. In 1950 had ik Johannes gespeeld en toen regisseur Dré Thijssen me drie jaar later belde of hij weer op me kon rekenen, dacht ik aan een klein rolletje. Want inmiddels was ik getrouwd en verhuisd naar Nieuwenhagen.

 

Dus ging ik die bewuste Witte Donderdag volkomen argeloos naar Tegelen. De bijeenkomst begon en de ene na de andere rol ging aan me voorbij. Eerst snapte ik het niet goed, toen begon ik langzaam nattigheid te voelen. En opeens keek iedereen naar mij, klonk er applaus en moest ik naar voren om de Christusrol in ontvangst te nemen. Ik voelde me overrompeld. Er is een foto waarop ik de bestuursleden een hand geef en daarop sta ik ook heel beduusd te kijken.

 

Want ik vroeg me af hoe dat moest gaan. Ik woonde in Nieuwenhagen, had geen auto. Nee zeggen, kwam niet eens bij me op. Dat deed je niet. In die tijd werd je niet gevraagd voor de Christusrol, je werd gewoon aangewezen. Dus ik moest bijna twee jaar lang twee avonden per week met de bus van Nieuwenhagen naar Heerlen, met de trein naar Tegelen en na de repetitie weer terug.

 

Op een avond had ik de laatste bus naar Nieuwenhagen niet meer gehaald en probeerde ik te liften. Er stopte een auto, maar toen de chauffeur mijn lange haren en baard zag, ging hij er weer snel vandoor. In die tijd viel je buiten Tegelen nog enorm op met je haardracht. Je zag dat mensen elkaar aanstootten en achter je rug hoorde je ze praten over je haar. Niet in Nieuwenhagen, daar waren ze heel trots op me. Dat iemand uit hún dorpje bij de Passiespelen de Christus was vonden ze geweldig. Tientallen jaren later nog werd mijn zoon, die inmiddels huisarts was geworden in Nieuwenhagen, door een oude man herkend als de zoon van Christus.

 

Vooral toen ik voor de tweede keer de rol had, heeft mijn privéleven er onder geleden. We waren verhuisd naar Sittard en de Sittardenaren vonden het maar heel raar zoals ik er bij liep. Af en toe hoorde ik mensen mekkeren als een geit als reactie op mijn baard. Het was zo erg, dat ik met mijn vrouw alleen nog maar durfde gaan wandelen als het donker was. Ik trok me terug. Zelfs toen het allemaal achter de rug was en mijn haar weer normaal geknipt, kreeg ik rare reacties. Mensen sloegen bijvoorbeeld een kruisteken als ze me zagen. Ik vond het maar akelig.

 

Als vertolker van Christus kun je je privé weinig veroorloven. Zelfs jaren later nog. Die rol heeft invloed op je persoon en op hoe je je in gezelschap gedraagt. Ik zal bijvoorbeeld nooit een rare bak vertellen, dat kan ik niet maken. Voor mezelf was het dan wel gewoon een toneelrol, maar ik merkte heel duidelijk dat de mensen er anders tegenaan keken en dat ze speciale eisen stelden aan de man die Christus speelde. Een journalist zei destijds: nu kun je zeker geen borreltje meer drinken. Daar kon ik wel kwaad over worden, maar zo dachten de mensen. En ik ging me ernaar gedragen, voelde het als een last en een rem. Kon ik me maar eens lekker uitleven, heb ik vaker gedacht.

 

INMIDDELS woon ik met mijn vrouw al dertig jaar in Geleen en ben ik blij dat hier bijna niemand weet dat ik die rol heb gespeeld. Als ik merk dat mensen het weten, voel ik me niet vrij. Haat het als iemand die het nu hoort zegt: heb jì_j die rol gespeeld? Jazeker, het is een eer en het is prachtig om het te mogen doen. Maar die mooie kanten zijn het eerste weg. De andere kant van de medaille is zwaarder en werkt vooral veel langer door. Je inleven in de figuur van Jezus, dat is een hachelijke zaak. Hij is zo moeilijk te vatten, daar kun je niet in doordringen. Je probeert natuurlijk wel, maar het blijft een gebrekkige voorstelling die je maakt. Er blijft weinig anders over dan maar toneel te spelen. Hoe ik de rol moest spelen heb ik helemaal zelf uitgezocht. Ik kan me niet herinneren van regisseur Dré Thijsen ooit een regie-aanwijzing te hebben gekregen. Maar in die tijd bestond er zoiets als een algemeen volksbeeld van Jezus. Door afbeeldingen en verhalen had iedereen hetzelfde beeld van hem en ik dus ook. Zó moest ik hem spelen, daar viel niet aan te tornen

 

Fysiek was het ook zwaar. Zeker bij koud en nat weer. Ze hielden daar wel rekening mee. Vlak voor de scènes van de kruisweg kreeg ik een glas cognac en na afloop een massage en een warme douche. Ik was altijd bang voor kramp als ik aan het kruis hing. Één keer was het heel hachelijk. De spijker bij de linkerhand was losgeraakt. Dus ik moest zonder steun die arm onbeweeglijk gestrekt houden. Want ik was dood! Een kwartier misschien wel heb ik heel langzaam en onopvallend met die spijker zitten schuiven voordat ik hem weer in het gat had weten te krijgen.

 

Na 1960 was het ineens helemaal afgelopen. Ik heb nooit meer iets van de passiespelen gehoord. Ook niet bij het vijftigjarig jubileum in 1985. Vorige keer, in 1995, zijn we toch gaan kijken en toen werd ik in de pauze nog even achterom gebracht. Heb ik wel erg gewaardeerd.

 

SINDS ik de rol van Christus heb gespeeld heb ik altijd veel gelezen over deze historische figuur. En nog altijd kan er geen film over het lijdensverhaal op de televisie komen, of ik kijk. En dan let ik speciaal op de Christusvertolker. De meeste doen het goed: zonder bravour, ingetogen. Zo hoort het volgens mij. Ook ben ik met mijn vrouw naar Israël geweest. Door al die studie leer je wel door veel zaken heen te kijken. Ik ben gelovig, maar wel kritisch. Dat nog altijd veel mensen het hele verhaal letterlijk nemen.....ach denk ik dan, laat ze maar. Ikzelf vind het nogal achterhaald.

 

Ja, het spelen van de Christusrol was een indringende gebeurtenis. Het heeft me meer gedaan dan ik onder woorden kan brengen. Nu ook, nu je al die vragen stelt, merk ik dat het veel dieper zit dan ik had gedacht.... Ik ken nog altijd grote stukken van de tekst van buiten: "O stad, hoe vaak heb ik over u geschreid, u als een hen haar kroost willen vergaren, maar gij hebt niet gewild... '