Jezus in 2010. Woont in Steijl. Is leraar op een basisschool in Venlo:

 

„De goddelijkheid in Jezus kun je niet spelen. Die kun je hooguit een beetje krijgen door de acteurs om je heen. Ik moet het dus zoeken in het neerzetten van zijn menselijkheid.

 

Het fraaist zit dat in twee scènes die in elkaar overgaan. Jezus die de kooplieden de tempel uitjaagt en zijn interventie bij de veroordeling van de overspelige vrouw (‘Hij die zonder zonde is, werpe de eerste steen’). Dat vind ik mooi om te spelen: aan de ene kant die felheid waarmee hij tekeergaat en aan de andere kant die zachtaardige boodschap van ‘heb elkander lief’. Die combinatie van het fysieke en het verbale komt steeds weer terug.

 

Films en boeken

 

Voor de rol ben ik nog wat extra boeken gaan lezen. Ik heb films gekeken, The passion of the Christ, King of kings, The greatest storie ever told, Jesus met Jeroen Krabbé als duivel. Van elke vertolker pik je wel iets mee. Maar het begint natuurlijk met het doorgronden van de tekst. Het is geen dagelijkse spreektaal. Wat staat er? En wat wordt ermee bedoeld? Ik moet begrijpen wat ik zeg. Anders komt het ook niet op het publiek over.

 

In 2005 speelde ik Judas. Hij wordt meestal als de slechterik gezien. Door de tekst van de Passiespelen en door hem te vertolken, heb ik hem leren begrijpen. Judas heeft Jezus verraden, maar het had ook zomaar een andere apostel kunnen zijn. Ze stonden allemaal heel dichtbij elkaar. Op een kruising hebben de andere de goede weg genomen en heeft Judas de verkeerde afslag gekozen.

 

Grenzen verleggen

 

Acteren heb ik altijd leuk gevonden. Ik ben lid geweest van toneelvereniging Zet Door in Tegelen en theatergroep De Habbekrats in Maasbree. Aan de Passiespelen heb ik in 1990 voor het eerst meegedaan. Toen nog als figurant. Van mezelf ben ik vrij bescheiden en verlegen. Waarom ga je dan toneelspelen, vragen mensen me wel eens. Maar het is juist daarom. Op het podium kun je helemaal iemand anders zijn. Tegelijkertijd ontdek je door rollen ook nieuwe facetten van jezelf. Je verlegt grenzen.

 

Wat me in deze rol aanspreekt, is het vinden van de kracht in jezelf. Als je het even niet ziet zitten, is er diep van binnen toch nog iets wat ervoor zorgt dat je toch weer verder kunt, wat je over het dode punt heen tilt.

 

Eigenlijk gaat het om geloven in jezelf en in anderen. Ik geloof zelf ook wel dat er nog iets groters en sterkers is dan onszelf. Maar dat is dan niet per se het katholicisme waarmee ik ben opgegroeid.

 

De aandacht die ik als hoofdrolspeler trek, valt mee. Misschien wordt dat meer als de uitvoeringen dichterbij komen. Mijn klas, groep 6, leeft wel sterk mee. Ze vragen van alles. Ik gebruik mijn ervaringen tijdens de Passiespelen en filmmateriaal van de uitvoeringen ook tijdens de lessen levensbeschouwing. In het verleden had ik een groep 4, waar de kinderen werden voorbereid op hun Eerste Communie. Toen heb ik de Passiespelen ook gebruikt.”